Column Marga Patijn, MOOI Lijfstijl 1, 2017

Februari 2017

Onlangs stond ons bondslid met de advocaat Marius Hupkes van FNV MOOI in Den Haag voor de rechter en ik was daarbij. Ons bondslid had geen stagevergoeding ontvangen voor de tijd dat zij stage liep in de kapsalon. De werkgever en zijn advocaat waren er ook. De rechter had zich vooraf goed verdiept in de brieven en stukken die de advocaten hadden gemaakt. Deze vriendelijke mevrouw oordeelde al vlug nadat zij van ons bondslid, de werkgever, de advocaten en mij had gehoord, dat deze leerling geleerd en gewerkt had in deze salon. Wel vroeg ze zich blijkbaar nog af of de leerling nu in dienst was geweest of dat het een stagiair was. Toen ze het woord weer gaf aan de werkgever, bekende hij dat hij wel wist dat hij had moeten betalen.

Op dat moment dacht ik: ‘wat erg’. Vooral natuurlijk voor het bondslid die namelijk ook nog aan de rechter vertelde dat ze het er moeilijk mee had gehad. Ze miste na dit incident haar werk en collega’s heel erg. Maar ik vind het ook erg voor de kappersbranche.

Een werkgever die willens en wetens de leerling haar eerste ervaring met de kappersbranche zo laat ervaren is een slechte ambassadeur voor de branche.

De rechter dacht er blijkbaar ook zo over, zij liet weten wat zij er van vond en vroeg de advocaten of ze het zelf konden oplossen. Na een pauze lieten de advocaten weten dat ons bondslid het totale bedrag van zo’n 2000 euro aan stagevergoeding waar zij nog recht op had, betaald zou krijgen van haar ex-werkgever. Dat was een mooi resultaat van onze advocaat en geweldig voor ons bondslid.

Na afloop bedankte ons bondslid iedereen. Ze gaf aan dat zij het zonder FNV MOOI nooit voor elkaar gekregen had en verliet het gebouw met een glimlach van oor tot oor.

De werkgever bleef wat beteuterd achter… Ikzelf hoop dat hij er iets van geleerd heeft, dat zou namelijk beter zijn voor de hele kappersbranche.

Marga Patijn,
Voorzitter