MEEST GESTELDE VRAGEN MET ANTWOORD en een reactie van een bondslid

“Pensioenen en de AOW”

Heb jij een vraag over het pensioen of AOW, en je vindt hier niet het antwoord? Stel deze dan per mail aan: info@fnvmooi.nl

 

Vraag: Ik word voor 2020 65 jaar, als ik stop met werken op mijn 65ste, krijg ik dan de AOW van nu geïndexeerd tot aan mijn 65ste en krijg ik dan ook die 0,6% per jaar erbij?

Antwoord: Als je geboren bent in 1954 krijg je de AOW op 65 jarige leeftijd en je krijgt ook de 0,6% jaarlijks erbij.

Als je geboren bent tussen 1955-1959 krijg je de AOW vanaf 66 jaar. Deze is echter flexibel opneembaar vanaf 65 jaar. Maar als je de AOW uitkering op 65 jaar laat ingaan is deze 6,5% lager, dan als je wacht met pensioen tot je 66e.

Vanaf 2020 wordt ter compensatie hiervan een extra inkomensafhankelijke ouderenkorting van €300 per jaar geïntroduceerd. Voorts wordt vanaf 2012 de AOW met 0,6% extra verhoogd en de MKOB (Mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen) en daarna de ouderenkorting geleidelijk verlaagd. Deze laatste beide regelingen staan op allerlei bezuinigingslijstjes. Omzetting ervan naar de AOW is daarmee een veel zekere positie dan het onzekere voortbestaan ervan. Door deze omzetting hebben ook de lagere inkomens voordeel. De huidige ouderenkorting kunnen zij namelijk niet geheel verzilveren omdat ze daar te weinig belasting voor betalen. Voorts wordt de extra AOW aangepast aan de loonontwikkeling terwijl MKOB en ouderenkorting slechts de prijsontwikkeling volgen.

 

Vraag: Is het die 0,6% die jaarlijks bij deze AOW gaat komen in plaats van de indexering?

Antwoord: Neen, deze 0,6% komt boven de reguliere aanpassing van de AOW aan de contractloonontwikkeling. Achtergrond hiervan is dat de afgelopen 30 jaar de werkelijk verdiende lonen [dat wil zeggen wat er maandelijks wordt overgemaakt op je bankrekening] sneller blijken te stijgen dan de contractloonontwikkeling.[die door SZW uit de CAO wordt gelezen]

 

Vraag: Wat gebeurt er met de AOW als ik parttime werk?

Antwoord: Het ligt voor de hand dat het vanaf 2020/2021 mogelijk wordt om de AOW ook in deeltijd op te nemen vanaf 65 jaar. Maar dit is een punt voor verdere onderhandelingen.

 

Vraag:Wat gaat het mij exact kosten ten opzichte van nu als ik op mijn 65ste jaar na 2020 AOW krijg?

Antwoord: Dit is afhankelijk van wanneer je geboren bent. Zie hierboven het antwoord bij de eerste vraag.

 

Vraag: Ik ben kapper en wij (werkgevers en werknemers) betalen niet zoveel aan het pensioen. Kunnen de werkgevers en werknemers niet meer gaan betalen om bij ons het probleem op te lossen? Of mag dat met het akkoord niet meer?

Antwoord: In alle sectoren die niet de volledige pensioenruimte benutten kan het pensioen worden verbeterd. Het akkoord verandert hier niets aan. Voor de kappers loopt dit via het kappers CAO overleg.

 

Vraag: Wanneer worden deze afspraken nu nog slechter of is dit een afspraak voor vele jaren (hoeveel dan?)

Antwoord: Dit is een afspraak voor vele jaren. De verbetering van de AOW met 0,6% is in ieder geval tot 2028 vastgelegd.

 

Vraag: Kan ik nog steeds eerder met pensioen dan op mijn 65ste (of parttime blijven werken) of word ik dan, via de belasting, door de overheid gestraft/gekort?

Antwoord: De mogelijkheden voor vroegpensioen veranderen door het akkoord niet.

 

Vraag: Is er nu volgens het akkoord een minimumbedrag wat iemand krijgt als AOW (en wat is dat dan) of is dat een percentage van het loon?

Antwoord: De AOW uitkering bedraagt nu circa €680 per maand netto en €1360 voor twee samenwonende 65 plussers. Een alleenstaande krijgt 70% van dit bedrag (circa € 952 euro). Het is een vast bedrag gekoppeld aan een opbouw tussen 15 en 65 jaar [in Nederland wonen of werken].

 

Vraag: Ik krijg nu pensioen, begrijp ik nu goed dat het pensioenfonds veel meer risico’s mag nemen? En kan dat betekenen dat mijn pensioen dan ineens op kan zijn en dat ik alleen nog maar AOW krijg?

Antwoord: Neen, dat is niet zo. Maar als we het pensioencontract niet veranderen dreigt wel de situatie dat pensioenfondsen zich veel minder mogen richten dan nu op het zo goed mogelijk kunnen aanpassen van de pensioenaanspraken aan de loon- en prijsontwikkeling. Dat zou betekenen dat niet alleen voor de korte maar ook voor de lange termijn het indexatieperspectief in heel veel fondsen onder druk komt. Dat betekent een hoger risico dat het pensioen gelijk blijft in plaats van meegroeit met de loon en prijsstijgingen. Dit akkoord wil het indexatieperspectief zo goed mogelijk waarborgen. Dit betekent niet dat er meer risico zou moeten worden genomen maar dat het wel mogelijk blijft om het huidige risicoprofiel te handhaven. Voor een zo goed mogelijk rendement en waarde opbouw.

 

Vraag: Ik ben nog geen 30 jaar, hoe zeker is het met dit akkoord dat er voor mij straks AOW is en pensioen?

Antwoord: AOW en pensioen zijn en blijven een essentieel onderdeel in ons sociale stelsel. In een welvarende samenleving is het ondenkbaar dat ouderdom zoals vroeger het geval was synoniem is met armoede. Juist om een goed stelsel te handhaven zal er wel op maatschappelijke, sociaal economische en demografische veranderingen moeten worden ingespeeld. Dat hebben we de afgelopen 50 jaar steeds gedaan. Zo kun je niet negeren dat mensen steeds langer leven. De levensverwachting vanaf 65 jaar loopt met een maand per jaar op. Dus iemand geboren in 1961 leeft ongeveer een maand langer dan iemand geboren in 1960.

 

Vraag: Ik ben kapper, een aantal jaren geleden ging de pensioenleeftijd van 58 jaar naar 62 jaar, nu straks naar 65 jaar. Dat is niet te doen met dit zware beroep. Kan daar niets aan gedaan worden?

Antwoord: De kwaliteit van de pensioenregeling bepaalt mede de mogelijkheden om vervroegd uit te treden maar natuurlijk ook de prijs van het aanvullende pensioen tot je 65 jaar. Het pensioenakkoord verandert niets aan de mogelijkheid om pensioenregelingen te verbeteren. Dergelijke verbeteringen zullen via het CAO overleg geregeld moeten worden. Werkgevers zullen dus mee moeten betalen.

 

Vraag: Ik ben ZZP’er en wil graag in het pensioenfonds Kappers, maar dat gaat niet. Kan de overheid/FNV daar iets aan doen?

Antwoord: De FNV is er voor dat pensioenfondsen in de gelegenheid worden gesteld om ook ZZP’ers die in de sector werken op te nemen. Dit is ook indringend richting de politiek naar voren gebracht. Die heeft nu het plan om 10 jaar in de sector te mogen voorzetten. De FNV pleit voor een onbeperkte aansluitingsmogelijkheid, uiteraard wel zodanig dat selectie effecten worden vermeden. Dus aansluiting aansluitend op de start van werknemer naar ZZP’er.

 

Eén van de berichten die FNV MOOI op dit moment heeft ontvangen van de leden.

“Als man in dienst in het kappers bedrijf ben je genaaid. Eerlijk is eerlijk bewezen dat het een van de zwaarste beroepen is. Onderbeloond want het is geen vetpot een werkgever geeft geen cent teveel. Er wordt altijd maar verwacht dat je per jaar 12 trainingen van 2 en een half uur bijwoont alles in eigen tijd. Nu werk ik al 35 jaar als kapper en ik ga het voelen. Als de vut er nog was zou ik nog 6 jaar hoeven, dat kan ik vergeten.

Pensioen leeftijd wordt verhoogd met melding dat we steeds ouder worden, maar beseffen de hoge heren wel dat een bepaalde leeftijd ook gebreken meebrengt. Ja we worden ouder maar niet gezonder we takelen af en kunnen niet meer de prestatie leveren die we graag zouden willen en dat terwijl er steeds meer druk ontstaat. Denk goed na dat dat je op deze manier wrakken kweekt die dan eindelijk met pensioen mogen als ze er niets meer aan hebben, als er uberhaubt nog iets te krijgen is want dat is ook nog niet zeker ook al zou ik de dubbele premie betalen. Doe er iets mee, heb nu het gevoel dat de bond voor de kleine man te weinig doet dit hoor ik ook van andere maar niemand die kennelijk dit ook kenbaar maakt.”

FNV MOOI begrijpt de noodkreet maar al te goed. Probleem is dat de vroegere VUT is afgeschaft, de overheid heeft deze regeling verboden. Nu wordt naar de pensioenen en de AOW gekeken, FNV MOOI zal als de wettelijke kaders bekend zijn binnen de mogelijkheden verbeteringen voorstellen bij de werkgevers. Wij zullen de werkgevers wijzen op hun verantwoordelijkheid want de kappers werkgevers dragen niet veel bij als je dat met andere bedrijfstakken vergelijkt. Daarnaast hebben de werkgevers ook belang dat de oudere werknemer gezond de bedrijfstak verlaat.